Vlaanderens Bedevaarten Bisdom Brugge

Lourdes: adem voor uw ziel

De Schone Historie

Zo is het begonnen…..

In 1897 was pastoor De Coninck van de O.L.- Vrouwparochie uit Kortrijk te Lourdes op bedevaart. Terwijl hij over de esplanade heenstapt, ziet hij hoe een tweetal religieuzen van de ene naar de andere priester haastig toelopen. Ze spreken ook hem aan: “Vite, une mourante à l’hôpital: on cherche un prêtre qui parle le flamand." Pastoor Deconinck spoedt zich naar het hospitaal en is gelukkig de zieke vrouw te kunnen bijstaan. Zijn vreugde is des te groter omdat hij met verbazing vaststelt, dat deze vrouw één van zijn parochianen is. Bij zijn thuiskomst vertelt de priester, dat hij geweldig onder de indruk was van dit feit. Hij geraakte hierover in gesprek met zijn onderpastoors.

Eén van die onderpastoors was Camiel Bruloot (van 1895 tot 1906). Hij was een man in volle kracht. Onder zijn machtige stuwing floreerden de jeugdwerken op de parochie. In deze vriendenkring werd ook het geval van de zieke vrouw uit de Kleine Leiestraat besproken en men zei, dat de Vlamingen niet van tel waren in Lourdes.

Zo ontstond de gedachte en het verlangen om een Vlaamse bedevaart naar Lourdes in te richten. Naar het verre Lourdes bedevaren was in die tijd geen klein spel! Het was eerder zeldzaam, dat iemand zo ver reisde. Wie zou dat durven in handen nemen? Wie het organiseren? Zou de onderneming lukken ?

Voor de geestelijke begeleiding was Camiel Bruloot de aangewezen man. Spoedig kreeg hij de medewerking van Frans Lamoral, een vroom en toegewijd medewerker op de parochie. Ook hij was in 1897 op huwelijksreis naar Lourdes gegaan. De derde man, die er de schouders onderstak, was de Kortrijkse dokter A. Depla. Hij zou voor de zieken instaan. De jonge mevrouw Lamoral zou haar man bijstaan, zorgen voor de inschrijvingen en alle administratie.

 

De eerste trein

Te Lourdes, zoals overal toen in Europa, maakte men plannen om ook in die streek een spoorwegnet aan te leggen. In 1854, vier jaar vóór de verschijningen in Massabielle liep er nog geen trein naar Lourdes. Enkel tot Pau aan de westzijde en tot Tarbes aan de oostzijde. Er was wel sprake van een spoorverbinding Pau – Tarbes zonder Lourdes aan te doen. Er zou wel een secundair treintje rijden over Lourdes naar Pierrefitte, kwestie van de kuuroorden in de Pyreneeën met badgasten te bevolken. In die tijd stonden de bladen vol en de mensen in verbazing voor het wonder van de “stoomduivel” die de diligence verdrong. Vroeger kon de best-bespannen en ruimste diligence slechts een vijftiental personen meevoeren. De trein zou er tot achthonderd kunnen aanbrengen. De mensen kwamen van heinde en ver om de rookpluim te zien van de locomotief: het krijsen der remmen klonk hen zoet in de oren. Met dit vehikel was de nieuwe tijd in aantocht!

Er was discussie welk traject het beste zou zijn: het langere Pau – Lourdes – Tarbes of het kortere Pau – Tarbes zonder Lourdes. Dat Lourdes een bedevaartsplaats aan het worden was had niets te maken met de beslissing. Wel, dat het  langere traject in de vallei van de Gave gemakkelijker zou zijn voor de aanleg. Toen de beslissing genomen was schoot men aan het werk. Op 26 maart 1866 pufte het eerste treintje het station van Lourdes binnen. De eerste trein kwam uit de richting Tarbes. Later zouden er ook uit Pau treinen arriveren. Van de kant van de Grot kon men het aanzien hoe de binnenlopende locomotieven jagend en hijgend de helling moesten opklimmen, hun vaart moest vertragen, hoge en schokkende rookpluimen de lucht injoegen, met snerpende remmen soms bleven steken. De redacteur van de Annalen van Lourdes schreef daar een devotionele uitleg voor: “dat de trein aldus wilde hulde brengen aan de suzeraine van deze heilige plaats en met kracht en snelheid haar zijn eerbied wilde aanbieden.”

Mgr. Waffelaert, Bisschop van Brugge (1895 - 1931) aanvaardt het erevoorzitterschap van het comité en vergezelt menigmaal de bedevaart.  

Mgr. Waffelaert, Bisschop van Brugge (1895 - 1931), aanvaardt het erevoorzitterschap van het comité en vergezelt meermaals de bedevaart.    

 

 

     

 

 

 

 

De eerste trein vanuit Kortrijk

 

1898

De eerste bedevaart zou doorgaan van 6 tot 14 september. Er reisden 285 bedevaarders mee. Pastoor Bruloot had een bedevaartboekje in mekaar gestoken. Het motto van de bedevaart zou jaren heten: “Godsdienstig en gedienstig”. De bedevaart van Kortrijk was de eerste en zou lange jaren de enige blijven, waarvan de organisatie uitsluitend Vlaams was. Franssprekenden – er waren er toen niet weinig in Vlaanderen – konden vanzelfsprekend ook meereizen. Spoedig zou die bedevaart mensen aanvoeren uit alle streken van de zee tot in Limburg.

De reis is niet te vergelijken met wat we nu kennen. Een stoomtrein maakt vuil en trekt trager op. Er was geen toilet op de trein, geen zijgangen. Vandaar soms talrijke en lange haltes. In de spoorwegstations waren hele rijen toiletten, waarheen men zich reppen moest. Pastoor Bruloot, die een stentor-stem had, sprak vanuit zijn compartiment de bedevaarders toe. Op het compartiment stond “Bestier”. De Fransen begrepen dit woord niet. Toen ze Pastoor Bruloot, die een zwaarlijvige figuur was, zagen verschijnen, zeiden ze: “Ah, c’est ça le bestier!”

Toen de bedevaarders te Kortrijk terugarriveerden stond de fanfare Groeninghe hen op te wachten. De directeur van de fanfare was immers meegegaan als orgelist! Met muziek op kop trok de stoet met z’n allen naar het Groeninghe patronaat.

 

                                                                                                                                                   

Tot aan de grote oorlog

Tien maal is Vlaanderens Bedevaart naar Lourdes getrokken, tot 1914. In telegramstijl vermelden we de meest pittige anekdoten en de meest stichtende verhalen.

 

1899

Dit jaar verbleef de bedevaart een nacht en een dag in Parijs. Dit ging gepaard met heel wat complicaties en werd nooit meer herhaald. Volgende jaren was er een stilstand in Bordeaux, waar men in een nabije kerk, de H. Mis met communie bijwoonde.

Voor de acht eerste bedevaarten schommelde het aantal inschrijvingen tussen 250 en 435. Te Lourdes kreeg Vlaanderens Bedevaarten steeds eigen oefeningen. Uit het verslagboekje van 1901 vernemen we dat de bedevaart een eigen vlag kreeg en een eigen kenteken. Men deed de kruisweg, er was een nachtaanbidding gevold door een middernachtmis (tot in 1947) en nog een uitstap naar Betharram, waar men andermaal de speciale kruisweg ging. Er werd te Lourdes ook veel gezongen. Pastoor Bruloot was zelf dichter en zanger. Van hem stond jarenlang in het bedevaartboekje “O Wees gegroet, Maria, onze moeder, O wees gegroet door Katholieke Vlamen, met hert en blijgemoed”. Dit lied is uit de collectie gelicht, omdat het nogal romantisch klonk, vooral wanneer men één gezamenlijk boekje uitgaf voor alle Vlaamse bedevaarten samen. Onze priester-dichter Guido Gezelle, schreef op de melodie “Te Lourdes op de bergen” een eigen tekst met de beginwoorden “Vervaarlijke rotsen…”.

 

1902

Zittend in het midden ( met armband): Dr. A. Depla, Pastoor C. Bruloot en Hr. Fr. Lamoral: de stichters van Vlaanderens Bedevaarten.

 

 

 

 

 

 

 

Het jubeljaar

1908

Inderdaad, het was vijftig jaar na de verschijningen.

Bij die gelegenheid werd, met goedkeuring van Pius X, door Mgr. Schoepfer, de toenmalige bisschop van Tarbes, een kapittel van kanunniken gecreëerd. Nog steeds wordt dit ereteken uitgereikt aan directeurs van bedevaarten.

Het was de merkwaardigste bedevaart vóór de eerste wereldoorlog. Ook uit Vlaanderen twee treinen met 858 bedevaarders, waaronder 84 priesters en 50 zieken. Ook Mgr. Waffelaert, bisschop van Brugge, voegt zich bij de bedevaart. De trein vertrekt nog steeds uit Kortrijk. De treinen bieden meer comfort. Er zijn zijgangen in het rijtuig. De grote dag was 11 augustus. Na de Pontificale Mis, opgedragen door de Bisschop, gaat men in stoet naar de Grot. Daar neemt de Bisschop het woord om bekend te maken, dat de commissie die belast was met het onderzoek van de miraculeuze genezing van Pieter De Rudder uit Jabbeke ( op 7 april, na 8 jaar ziekte) te Oostakker het kerkelijk oordeel uitspreekt van de erkenning van dit wonder “dat moet toegeschreven worden aan een bijzondere tussenkomst van God, verkregen door de voorspraak van Allerheiligste Maagd Maria.” De Bisschop had eraan gehouden dit besluit te Lourdes mee te delen. Hij las de oorkonde in het Vlaams en in het Frans. Nu nog verheugen de Vlamingen zich, dat in het Pavillon Notre Dame het mirakel van Pieter De Rudder, het enige is dat er vermeld wordt, samen met een afgietsel van zijn genezen been.

 

1909

1909  Het loopt op wieltjes!

Er is weer een bedevaart, met 467 bedevaarders, waaronder 28 priesters en 35 zieken. Pastoor Bruloot viert er de 35ste verjaardag van zijn priesterwijding. Ondertussen is pastoor Bruloot tot pastoor benoemd op de nieuwe Sint-Jansparochie te Kortrijk. De Bisschop van Lourdes komt persoonlijk pastoor Bruloot en de Vlaamse bedevaart groeten en gelukwensen. De groep van de Bedevaart begeleidt dan de Bisschop tot aan zijn residentie. De Bisschop vraagt daar de tekst en de muziek te mogen ontvangen van het lied “O Wees gegroet” door Camiel Bruloot getoondicht.

 

 

 

 

1910

Omwille van de wereldtentoonstelling te Brussel was er geen Lourdesbedevaart.

 

1911

Opnieuw een zomerbedevaart, met 725 deelnemers (twee treinen). De Missiebisschop Mgr. Roelens zal deze bedevaart vergezellen. De dag van de afreis begint met een door de Bisschop opgedragen vroegmis om 6.45 u. in de Sint-Janskerk, waar pastoor Bruloot nu pastoor is. Er gaan drie dokters mee met deze bedevaart: dokter Depla, Valcke en Van Laere.

1912

Andermaal twee treinen met 685 bedevaarders, waaronder 50 zieken en veel priesters uit vier Belgische bisdommen. Er is een talrijke groep mee uit Veurne-Ambacht en een grote groep jonge Scheutisten, die gedurende de bedevaart de zieken vervoeren. Het was in deze bedevaart dat zich een droevig dodelijk ongeval voordeed. Een twaalfjarige jongen die met zijn moeder de bedevaart meemaakte, kwam om in Gavarnie, waar hij met zijn stok een sneeuwlawine veroorzaakte, waardoor hij verpletterd werd. Vlaanderens Bedevaart bezorgde hem een indrukwekkende begrafenis. Hij ligt begraven op het oud kerkhof op grond van onze bedevaart.

1913

Deze bedevaart was er opnieuw een met twee treinen, 767 bedevaarders en 40 zieken. Er was ook een groep van 150 personen uit Gent, die zich noemden: Vrienden van het H.Hart. Zij zouden zich laten opmerken door de feestelijke en geestdriftige mis van Perosi gedurende de zondagsmis. Pastoor Bruloot was ondertussen pastoor geworden te Ardooie. Dhr. Frans Lamoral, ziek gevallen in de winter van 1912-1913, kon de bedevaart niet meer meemaken. De eerste vlag, beschadigd door weer en wind, bleef in Lourdes achter, waar ze lange tijd in de bovenbasiliek opgehangen bleef. De nieuwe vlag werd door de Bisschop van Lourdes gewijd.

 

 

 

1914

De aangekondigde bedevaart van 4 tot 12 augustus kon, wegens het uitbreken van de oorlog, niet doorgaan. De spoorkaartjes waren reeds verstuurd. Gelukkig kon men nog tijdig de terugbetaling van de spoorwegmaatschappij bekomen.

 

Na Wereldoorlog I

De omstandigheden na de wereldoorlog 1914-1918 schenen allesbehalve gunstig voor het voortzetten van de bedevaartsonderneming. De leden van het inrichtend comité waren verspreid of overleden. Dhr. Lamoral was in februari 1915 gestorven. Pastoor Bruloot had sinds 1913 Kortrijk verlaten en had zijn handen vol met zijn pastoorswerk op een parochie met meer dan 6000 inwoners. Het duurde echter niet lang of uit de verst afgelegen hoeken van West-Vlaanderen kwamen er brieven toe op de pastorie van Ardooie met allerlei vragen: “of de bedevaart dood en begraven was? Of hij niet wist dat Dhr. Lamoral op zijn sterfbed nog bekommerd was om de bedevaart… Of hij niet meer als vroeger bereid was te zwoegen en te zweten, Maria ter ere?”

Nu eerst besefte de goede priester hoeveel sympathie dit werk verworven had. Telkens weer had hij er deernis van dat zijn goede vriend hem ontvallen was en dat hij nu alleen stond. Naargelang de brieven toekwamen, stuurde hij ze door naar Kortrijk, met een korte nota erbij: “Mevrouw, wees zo goed dit te lezen…Denk er eens over na…Zou het niet gaan om het werk van uw echtgenoot verder te zetten, de kinderen komen aan. U mag hulp verwachten.”

Maar zouden de mensen na de gruwelijke oorlog reeds denken aan bedevaren? West-Vlaanderen vooral was grondig verwoest. Zou het zich kunnen herstellen? De pastoor van O.L.Vrouw-ter-Potterie uit Brugge schreef naar Pastoor Bruloot: “Pastoor, u moet gaan, en is ’t een failliet, ik stel me medeverantwoordelijk voor de financiële gevolgen.”

Een bericht van de Belgische spoorwegmaatschappij – in juni 1920 – deelt mee dat wagons voor een speciale trein kunnen beschikbaar gesteld worden in de maand september.

Mevrouw Lamoral overwon haar aarzeling, viel aan het werk, stond in voor de materiële inrichting en organiseerde de ziekendienst. Zij zou dit blijven doen tot haar hoge leeftijd. Mgr. Waffelaert, de Brugse Bisschop, vroeg Edmond Verhamme, leraar aan de Retorika van het college te Poperinge, om pastoor Bruloot bij te staan in leiding en predikatie. Dokter R. Baeckelandt zou Dokter Depla vervangen.

 

1920

De 14de bedevaart uit Vlaanderen vertrok op 17 september en op 18 september stapten 353 bedevaarders te Lourdes uit de eerste speciale trein die, sinds de oorlog, uit België aangekomen was. Om half negen staande bij het Gekroonde beeld wapperde opnieuw de vlag van Vlaanderens Bedevaart, nadat ze zeven jaar was opgedoekt gebleven. De kaarsenprocessie begon toen om kwart voor acht. In deze tweede helft van de herfstmaand was het in Lourdes niet meer zo druk. Er waren slechts 4000 bedevaarders aanwezig. Na het vertrek van de 1500 bedevaarders van Cambrai kwam op 21 september een groep aan uit Brussel.

 

1921

Dit jaar telt de bedevaart van 23 tot 31 augustus 700 deelnemers met 44 zieken. Steeds staat de uitstap naar Betharram op het programma en de speciale kruisweg, die het hele passieverhaal vertelt tot en met de verrijzenis. Het verslag van deze bedevaart, geschreven door Jozef Simons, is in deze zin merkwaardig omdat het alle groepen uit Vlaanderen vermeldt. Gent, Antwerpen, Limburg reizen mee. Op kop staat de grote groep uit Poperinge en de Sint-Tillo’s turners uit Izegem.

 

1922

De 16de bedevaart vertrekt naar Lourdes met 1.025 bedevaarders in twee treinen. De treinen rijden iets vlugger dan vorige jaren, maar het blijft steeds een lange reis: 23 tot 27 uren. Uit het verslag van de bedevaart, opgemaakt door M. Van Hoeck, onderpastoor te Schilde, blijkt dat groepen uit het Hoppeland (Aalst) en de Kempen deel uit maakten. Er waren drie predikanten: Kanunnik J. Mahieu, Edmond Verhamme en oud-legeraalmoezenier Mertens. De afscheidsplechtigheid verliep in storm en onweder, maar dit belette de kranige bedevaarders niet om te luisteren naar de donderende stem van directeur Bruloot.

 

1923

Voor het eerst waren er drie treinen om van 6 tot 14 augustus 1.560 bedevaarders naar Lourdes te brengen. Eén van die treinen vertrok in de vooravond met omreis naar Paray-Le-Monial, waar ze bijna een volle dag verbleven. Dan een nieuwe lange nachtreis om ’s morgens 8 augustus in Lourdes aan te komen. Zij sluiten zich aan bij de twee treinen reeds daags tevoren aangekomen. Er is opnieuw een Bisschop mee: Mgr. Janssens uit Oost-Mongolië. Er zijn niet minder dan vier predikanten mee: een Jezuïet, een Capucijn en een Praemonstratenzer, plus nog pastoor Bruloot, voor wie het zijn laatste bedevaart zou worden. Er waren groepen mee uit Gent (300), doofstommen uit Brugge, Nederlanders, de Izegemse turners, en de Katholieke Vlaamse meisjesbond uit Poperinge.

 

1924

1.200 bedevaarders met twee treinen van 4 tot 12 augustus. Pastoor Bruloot, ziek, is niet meer mee. Edmond Verhamme is waarnemend directeur. Voor het eerst probeert men een eigen brancardierdienst tot stand te brengen. Tot deze groep behoort Jan Delmartino uit Tongeren, die later als verantwoordelijke optreedt van de Christelijke Mutualiteiten. Gedurende deze bedevaart is er  opnieuw een overlijden: het jonge meisje Adrienne Degrieck uit Vladslo. Zij wordt te Lourdes op 8 augustus  begraven. Na de bedevaart overlijdt pastoor Bruloot op 13 september. Hij was één van de drie stichters en een ongehoord toegewijd man. Hij ligt begraven in zijn geboortedorp Wulveringem bij Veurne. Ook in Lourdes had hij veel vrienden. Op een dag zei men hem: “Vous voilà encore avec votre voix de tonnerre.” Memoriewaard was de dag van 7 september 1902 toen hij voor het eerst met toelating van de Bisschop van Lourdes de aanroepingen bij de Sacramentsprocessie in het Vlaams mocht uitgalmen.

 

1925

Nogmaals drie treinen met 1.600 bedevaarders en vier predikanten, want voor de kruisweg vertrekt men met vier groepen. Merk wel, dat er op dat ogenblik nog steeds geen sprake is van geluidsversterking, zodat men, ook in open lucht, alleen op eigen stemkracht was aangewezen.

 

Merkwaardig keerpunt

De boerinnenbond en de arbeidersbeweging doen beroep op Vlaanderens Bedevaart om een bedevaart naar Lourdes te organiseren. Het moet zijn dat Vlaanderens Bedevaart een goede faam bezat, dat deze twee landelijke “zuilen” in de leer wilden gaan over, hoe men een goede bedevaart leidt en organiseert.

De boerinnenbond wilde in het voorjaar van 1926 een bedevaart naar Lourdes via Lisieux inrichten. De belangstelling was boven alle verwachting. Het aantal inschrijvingen stijgt tot 1.800 en er moet nog een derde trein ingelegd worden. Te Lourdes werden de bedevaarsers ondergebracht in liefst 39 hotels. Een trein rijdt vanuit Gent over Kortrijk; één uit Brussel over Gent en Kortrijk en een derde trein vertrekt vanuit Brussel. In elke trein is er een vertegenwoordiging van Vlaanderens Bedevaart en iemand van de boerinnenbond. De boerinnenbond heeft een eigen boekje voor zijn leden uitgegeven, maar te Lourdes is het de vlag van Vlaanderens Bedevaart die voorop gaat. Voor de geestelijke begeleiding zien we, naast E.H. Verhamme, Kanunnik Luytgaerens en nog twee kanunniken van de Boerinnengilde.

In 1927 komt de vraag van de Christelijke arbeidersbeweging om ook voor hun leden een bedevaart in te richten van 28 april tot 5 mei. Het is een crisisjaar, er is geen welvaart. Men kent nog niet het stelsel van sociale zekerheid, noch vergoeding tegen werkloosheid, noch betaald verlof. Bovendien is de Franse frank gaan stijgen, zodat een Lourdesreis héél duur wordt. Er zijn dan ook maar 250 onschrijvingen. Omdat dit aantal te klein is om een bedevaart in te richten, voegt deze arbeidersgroep zich bij de geplande Lentebedevaart van 3 tot 10 mei. Bij deze arbeidersdelegatie bevinden zich de proosten Belpaire en Vanden Heuvel, volkvertegenwoordiger René Debruyne en de juffrouwen Baere en Decoster. Later zullen de christelijke arbeiders nog herhaaldelijk deelnemen aan onze bedevaart.

Nog in de jaren 1949, 1951 en 1953 richtte Vlaanderens Bedevaart reizen in voor de KWB en KAV van het gewest Kortrijk.

 

1926        1ste bedevaart van de Boerinnenbond. Het bestuur van Vlaanderens Bedevaart en de leiding van de Boerinnenbond.

 

 

 

 

 

 

Onze bedevaart slaat zijn vleugels uit!

1926

Van 4 tot 12 augustus is er opnieuw een groot aantal deelnemers: 1.760 met drie treinen. Ook uit Antwerpen vertrekt een trein met groepen uit Schoten (87) en Nederland (300).

1927

Er is een gevoelige daling van het aantal bedevaarders. De meerwaarde van de Franse frank is er de oorzaak van. Slechts 783 deelnemers, waaronder 77 zieken. In datzelfde jaar trokken er 25 priester-studenten van het Klein Seminarie mee, samen met hun leraar Karel Dubois. Deze werd wegens zijn in oorlog gekwetste been, dat maar niet genezen wilde, in een voituurke rondgereden, ook naar de baden. De studenten ijverden om ter meest om dit voituurke rond te rijden. Henri Vandenberghe, die later Kanunnik Verhamme als directeur zou opvolgen, behoorde tot deze groep “filosofen”.

Samenvattend: bij het begin van de twintiger jaren kunnen we zeggen, dat Vlaanders Bedevaart in deze 25 voorbije bedevaarten 19.440 bedevaarders naar Lourdes bracht met 44 treinen; dat is gemiddeld 440 reizigers per trein.

1929

Er was een groep van ongeveer 125 studenten en priesters mee onder leiding van Kanunnik K. Dubois, bezieler van de Katholieke Actie.

1930

Dit jaar reist Mgr. Lamiroy, benoemd tot Brugse hulpbisschop, voor het eerst mee op bedevaart. Hij concelebreert een Pontificale Hoogmis en houdt een toespraak over het geestelijk moederschap van Maria.

In 1931 vertrekt voor het eerst een trein, niet uit Kortrijk, maar uit Knokke en Blankenberge.

In 1932 was er bij de heenreis een halte in Parijs met een Lof in de basiliek van Montmartre met daarna een bezoek met de autocar aan de stad. De vlagdrager op deze bedevaart was Alfred De Taeye van het Christen werkersverbond van Kortrijk, die volksvertegenwoordiger werd en later minister van volksgezondheis en het gezin. Ook een groep van 25 jonge vrouwen, van de Vrouwelijke katholieke burgersjeugd (met witte mutsen), namen deel aan de bedevaart met hun proost E.H. Lowie.

Een afsterven viel bij deze bedevaart te betreuren. Om te beantwoorden aan haar verlangen werd de jonge Rachel Vermeersch uit Roeselare, doodziek voor de Grot gebracht, waar ze stierf.

1926  Zomerbedevaart   1926   Zomerbedevaart

 

 

 

 

De wonderbare genezing van Betty Frateur

1931

 

Mgr. Lamiroy, het bestuur van de Bedevaart en de ziekendienst.

 

 

 

 

 

 

1933

Deze bedevaart was bijzonder genadig door de genezing van Elisabeth Frateur uit Leuven. Haar wervelkolom was zwaar ziek. Drie wervels van de ruggegraat waren ontstoken en uitgevreten. De schijven van kraakbeen zijn verdwenen en opgeteerd. De wervels schijnen aaneengegroeid. Zij herstelt ogenblikkelijk na gecommuniceerd te hebben aan de Grot op zondag 6 augustus. Een jaar na haar genezing keert ze terug naar Lourdes om zich andermaal voor het Bureau des constatations aan te bieden. Uit het verslag van de dokters lichten we deze woorden: “Onze confraters zijn van oordeel dat deze genezing, die zich plotseling heeft voorgedaan op 6 augustus 1933 en die van het begin af volledig was, daar ze gepaard ging met het integraal herstel van de zieke wervels, gebeurde tegen de wetten van de natuur in.”

Het volledig verslag verscheen in “Le journal de la Grotte” van 9 september 1934.

 

Romebedevaarten

Het Heilig jaar 1933 nodigde alle christenen uit het Jaar van onze Verlossing te vieren door op bedevaart te gaan naar Rome.

Vlaanderens Bedevaart trok zelfs tweemaal naar Rome. Eerst met een speciale trein vanuit Brugge van 29 mei tot 11 juni met 280 deelnemers. Voorzitter was Mgr. Callewaert, president van het Groot Seminarie. Michiel English reisde mee als gids. 33 priesters reisden mee. Onderweg namen ze nog een groep van 50 Fransen op te Cambrai. De bedevaartreis was onvergetelijk mooi. Hoogtepunt was de audiëntie die de Heilige vader Pius XI toestond en waarbij hij iedereen minzaam zijn hand reikte voor de ringkus en met zeer vleiende woorden de bedevaarders toesprak.

Een tweede maal trok een kleinere groep, die zich aansloot bij de Franse bedevaart in Parijs om op 8 december de Heiligverklaring van Bernadette Soubirous in Rome te gaan bijwonen.

 

De overige bedevaarten tot aan de tweede wereldoorlog.

We vatten samen. Nog sterker drukte de economische toestand en de positie van de Franse frank. Men moest 1,95 Belgische frank betalen voor 1 Franse frank.

1937

De financiële situatie is beter geworden. De treinen rijden nu regelmatig over alle Franse bedevaartplaatsen: Lisieux, Rocamadour, Nevers, Ars, Paray-le-Monial. Ook veel jeugdgroepen gaan mee: VKB-meisjes, Kajotsters, Vrienden van Lourdes uit Antwerpen en 300 KSA-jongens.

 

1939

Als we hier opnieuw mogen spreken van een hoogtepunt, dan vinden wet dit in de augustusbedevaart, vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. De cijfers worden indrukwekkend. Het was de vijftigste Lourdesbedevaart met 2.234 bedevaarders en 175 zieken. Er waren vijf treinen nodig!

De Rozenkranskerk wordt voorbehouden voor de bedevaarders uit Vlaanderen en nog is die kerk te klein. Mgr. Lamiroy is de hoofdcelebrant terwijl de Bisschop van Tarbes-Lourdes, Mgr. Choquet vanop de troon assisteert. Na deze mis word een openluchtzitting gehouden op de plaats waar nu de ondergrondse kerk gelegen is. Vele sprekers komen hier aan het woord. Niet de minste is de Bisschop van Lourdes zelf, die het heeft over een drievoudig jubileum: de 50ste bedevaart van Vlaanderen in 42 jaar, het tienjarig bestaan van de Vrouwelijke Katholieke Burgersjeugd en het tienjarig episcopaat van Mgr. Lamiroy.

Het verslagboek van deze jubelbedevaart verscheen pas in maart 1940. Op 10 mei zouden de Duitsers België binnenvallen en werd opnieuw een punt gezet aan het Lourdes-bedevaren. Reeds op dat moment 105 speciale treinen met ongeveer 47.800 bedevaarders, waaronder 3.500 zieken.

Nieuwe start vanaf 1946

 

1946

De oude kronieken van de hand van Godelieve Lamoral stoppen met de tweede wereldoorlog. Zij meldt alleen nog dat de eerste bedevaarttrein na de oorlog opnieuw van onze bedevaart uitging in 1946. We zijn voor het verder verhaal aangewezen op de verslagboeken, die trouw het wel en wee van de bedevaarten rapporteren.

 

 

 

 

 

1948

De viering van het vijftigjarig bestaan van de bedevaart. Er grijpt een openluchtvergadering plaats bij het thans verdwenen “Gedenkteken van de Vrede.”

Mgr. Ricaud, rector van de heiligdommen, spreekt de bedevaarders toe, 800 KSA-ers, 300 Missievrienden van Scheut, 400 Vrienden van Lourdes van Antwerpen zijn aanwezig. Na het overlijden van Mgr.Lamiroy in 1952, wordt Mgr. E.J. De Smedt benoemd tot Bisschop van Brugge. Deze benoeming raakt bekend in Lourdes, waar Mgr. De Smedt aanwezig is en voor het eerst zijn nieuwe diocesanen in Lourdes begroet.

 

  1948 Jubeldag te Lourdes. Op weg van de  Residentie naar de feestvergadering.

 

 

 

 

 

 

1953

Grote KSA-bedevaart met 1.900 deelnemers uit alle Vlaamse gouwen.

1954

is het Mariale jaar. 2.500 VKSJ-meisjes; 750 VKBMJ-leden gaan op bedevaart. Dit jaar is een recordjaar voor Vlaanderens Bedevaart: 9.314 pelgrims naar Lourdes gebracht met 18 treinen!

1957

Deken Henri Vandenberghe van Gistel wordt directeur van de bedevaart.

1958

Eeuwfeest van de verschijningen. De wens van Mgr. De Smedt wordt verwezelijkt. Zieke kinderen worden voor het eerst in een speciale groep bij de grote bedevaart ingedeeld. In dit Lourdesjubeljaar nemen meer dan 400 zieken aan de bedevaart deel.

Er wordt voor het eerst naar Lourdes “gevlogen”.

   

1958 Onze eerste groep van 66 bedevaarders landt op de luchthaven van Ossun-Lourdes.

1960

Opnieuw een grote plechtigheid, nu naar aanleiding van de 100ste bedevaart, met de Bisschoppen van Lourdes en Brugge als grote sprekers. Er verschijnt een uitgebreid en lovend verslag van onze bedevaart in “Le Journal de la Grotte”: “Le Pèlerinage des Flandres Belges”.

1970

Vlaanderens Bedevaart wordt omgedoopt tot een v.z.w. Diocesaan werk van de de Bedevaart. De familie Lamoral blijft het secretariaat waarnemen. Na het overlijden van Kanunnik Edmond Verhamme in 1964 en van Deken Vandenberghe in 1965 wordt Stefaan Gyselen benoemd tot Deken van Gistel en tot directeur van de bedevaart op 1 november 1965. Na het overlijden van Godelieve Lamoral in 1985 en het overlijden van Frans Lamoral in 1990 is het zijn zoon Marc, die hoofdverantwoordelijke wordt van het secretariaat. Hij wordt hierbij geholpen door zijn broer Etienne Lamoral.

1960  100ste bedevaart. Mgr. De Smedt zegent de zieken.

 

 

 

 

 

 

 

1971

De “Vrienden van Lourdes “ Bestaan 10 jaar!

Dit heuglijke feit moest dan ook worden geëvoceerd in het jaarverslag, dat op zaterdag 18 september werd voorgelezen op de jaarlijkse diocesane vergadering in Gits, waar zo'n 200 afgevaardigden van de 126 plaatselijke afdelingen een terugblik wierpen op de voorbije jaarwerking. In de loop  van het korte bestaan kende de vereniging een verdubbeling van haar ledenaantal: van 43.000 in 1961 tot 1.041. Maar een eindpunt is dat niet: 17 nieuwe parochiale afdelingen zullen dit werkjaar hun start kennen. Het doel van de vereniging is toch zoveel mogelijk mensen aanzetten naar Lourdes te gaan.. mensen die de reis niet aankunnen zonder de onvoorziene kans die hun te beurt valt of die er niet eens aan dachten een Lourdesbedevaart te ondernemen.

1973

Vlaanderens Bedevaarten bestaat 75 jaar!

Naar Lourdes over Lisieux!

Een gelukkig initiatief van Vlaanderens Bedevaarten, in dit Theresia -jaar.

Want op 2 januari 1973 is het precies 100 jaar geleden dat Thérèse Martin geboren werd in Alençon.

1974

Dit is het hospitaal te Lourdes, Notre-Dame des sept Douleurs,  waar de zieken van onze bedevaart altijd worden geherbergd. Op zondag 10 februari 1974 vierde dit hospitaal zijn eeuwfeest (1874 – 1974)

 

1975

Eeuwfeest van de wonderbaarlijke genezing van Pieter Derudder in Oostakker.

De man sukkelde al acht jaar met zijn been, dat verpletterd werd door een omgehakte boom. Het onderste deel van het been was in alle richtingen beweegbaar. Men kon de voet omkeren met de hiel naar voren en de tenen langs achter.

De reis naar Oostakker werd een zware tocht voor Derudder en zijn vrouw. Over de afstand van zijn huis tot aan het station van Jabbeke, ongeveer drie kilometer, doet hij ruim twee uur.De bareelwachter helpt hem in de trein en, als hij het bengelend been ziet, kan hij zich niet weerhouden: “Maar wat wilt ge met zo'n been naar Oostakker gaan doen! Blijf liever thuis”.

In Gent werd een koets genomen om tot de Grot van Oostakker te geraken. Vrouw Derudder moet de verwijten van de koetsier aanhoren, om het vuil uit de wonde dat de bodem van het rijtuig besmeurt. In Oostakker aangekomen, strompelt Pieter de nieuwgebaande dreef in. Hij moet rusten aan de kruiskapel en zo geraakt hij dan eindelijk aan de Grot.

Daar bidt Derudder, vurig en met aandrang om terug te kunnen werken voor zijn gezin. Op zijn krukken doet hij een rondgang rond de Grot. Dan gaat hij weer knielen voor het Mariabeeld en dat gebeurt het. “Maria, gij hebt mij genezen” roept hij uit. Hij staat op en loopt zonder krukken. Zijn been is gaaf en stevig onder de knie; de wonde aan de voet is verdwenen, alleen een blauw litteken blijft over.

Pieter Der Rudder leefde – na zijn wonderlijke genezing bij de Grot van Oostakker – nog 22 jaar. Tot zijn laatste levensdag kon hij normaal gaan . De geneesheren kwamen de feiten vaststellen, maar vonden er geen verklaring voor. Op 22 maart 1898 overleed Pieter De Rudder. Ongeveer 15 maanden na zijn overlijden, op 24 mei 1899, werd het stoffelijk overschot opgegraven en de twee beenderen werden nauwkeurig onderzocht en bestudeerd. Uit dit onderzoek bleek dat de twee scheenbeenderen dezelfde lengte hadden, niettegenstaande destijds ongeveer drie centimeter uit het been verging. Nooit tevoren had men in de geneeskundige kringen een dergelijke fenomeen vastgesteld. Benevens een klein litteken was het scheenbeen nagenoeg ongeschonden.

Het is een feit dat deze wonderlijke genezing van Pieter De Rudder niet door natuurlijke oorzaken kan worden uitgelegd. 

1979

De gave treedt buiten haar oevers

Op vrijdag 1 juni  1979, twee dagen voor Pinksteren, deed zich een historische gebeurtenis voor. Na zware en aanhoudende regenval stroomde het modderkleurige water van alle bergtoppen van de Pyreneeën razend snel naar beneden. Het waterpeil kwam hoger dan de eerste brug en de bedevaartweide overstroomde. De Grot was eenvoudig niet te bereiken.

 

1982

Lourdes, epicentrum van lichte aardschok

In de nacht van zondag 19 op maandag 20 juli, vlak voor het Eucharistisch congres, werd deze aardschok geregistreerd. In diezelfde nacht was er een gebedswake voor de jongeren, geleid door de bekende bisschop Helder Camara. Eén van zijn woorden toen was: “il faut secouer le monde! – we moeten de aarde schudden!”

Wie zal durven zeggen, dat dit alleen maar een toeval was?

 

1983

Monseigneur Eugeen Laridon wordt onze nieuwe voorzitter.

1985

Overlijden van Jw. Godelieve Lamoral.

 

Op 5 oktober 1985 verliest Vlaanderens Bedevaarten een verdienstelijke vrouw, medestichtster van de organisatie. Zij is 84 jaar geworden en stond ononderbroeken van de jaren twintig tot tachtig in dienst vooral van de zieken, die naar Lourdes trokken “ om heil en genezing.”

Wij hebben haar gekend als een zeer rustige en wijze vrouw, steeds bezadigd in haar oordeel en in haar spreken; vooral diepgelovig en trouw aan God en zijn Heilige Moeder Maria.

Zij bezat de kunst om mensen te werven voor de beleving van deze godsdienstige idealen. Je kon haar gewoon niets weigeren, wanneer ze u iets vroeg voor de ziekendienst. In een briefje van deelneming bij haar overlijden schreef een dame uit Antwerpen: “ Zij bezat de kunst om iemand in te leiden in het dienstbetoon tegenover de kleine man”.

In haar levenseinde werd zij zwaar beproefd, wanneer lectuur niet langer mogelijk was en zij vanuit de donkere grot van haar bestaan alleen nog oog kon hebben voor het mysterie van God en kon delen in het lijden en sterven van Jezus met de grote verwachting dat ze weldra zou “zien” “ vol glans en vol luister, de Moeder van God”.

Godelieve Lamoral, bijna zestig jaar ten dienste van de zieken op bedevaart.

° 17 nov. 1901   + 5 okt.1985.

 

 

 

1988

Een nieuw Heiligdom in Lourdes.

De constructie van dit gebouw heeft twee jaar in beslag genomen. Nu is het voltooid en biedt plaats aan 5000 bedevaarders. Het is een overdekte ruimte. Deze nieuwe bouw omvat eigenlijk twee ruimten, die echter kunnen worden samengevoegd tot één zeer ruimr polyvalente zaal als amfiteater opgevat met opgaande rijen.

In de eerste plaats is dit nieuwe centrum bestemd voor de eredienst. Het doet zeer modern aan en heeft kale muren zonder de minste versiering.

Tussen de twee helften zijn mobiele afsluitingen voorzien. Verder heeft men zeer veel aandacht besteed aan het acoustisch gedeelte. De twee delen zijn opgevat als een reuze-insekt, dat zijn twee vleugels uitplooit; het zijn natuurlijk “vleugels in beton”. Toch is de voorgevel van het geheel zeer sierlijk en vol gratie. Voor deze gevel ligt een voorplein, dat ons doet denken aan een open dorpsplein met een prachtige en kleurrijke vloerbedekking, die uitgeeft op de tweelingbruggen over de Gave.

 

1989

Eerste ééndagsvlucht vanuit Oostende.

1990

Overlijden van Dhr. Frans Lamoral.

Frans Lamoral werd in 1911, als zevende van acht kinderen, geboren in een “bedevaartsgezin”.

Was zijn vader, ook Frans, niet één van de drie stichters van Vlaanderens Bedevaarten samen met Pastoor Bruloot en Dr. Depla?

De wieg van de bedevaart evenals die van Frans stond in Kortrijk in het groot wit huis aan het Plein.Daar heeft hij van jongsaf het bedevaarten ingeademd, geproefd en gesmaakt. Daar is hij het levend geheugen geworden van alles wat zich had afgespeeld vanaf de eerste bedevaart in 1898 tot op heden. Na de dood van zijn vader, nam zijn moeder, bijgestaan door hem en zijn zus Godelieve, het werk over.

Bedevaarten zou dus ook zijn leven worden. Hij trok naar Parijs en Brussel om te onderhandelen met de directies van de spoorwegen.

In Lourdes kende hij een groot aantal hoteliers en was bij hen vriend aan huis. Nu is reizen, bedevaarten alledaags. Toen was dat nog een avontuur.

Bij de eigen organisatie behartigde hij met voorliefde, samen met zijn zus Godelieve, de ziekendienst, met de vele dingen die daarbij komen kijken: de ambulantiewagens, het linnen, de keuze van de hospitalen in Lourdes, en niet het minst het aanwerven van het verplegend personeel en de brancardiers, want nooit ging men op bedevaart zonder zieken.

Waar het initiatief bij de stichting een privé-aangelegenheid was, gesteund en goedgekeurd door het Bisdom, werd op 8 september 1970 een v.z.w.” Diocesaan Werk van de Bedevaarten”, opgericht met Frans Lamoral als eerste secretaris.

Het was wel even wennen, maar ieder zou weldra in hem een toegewijd en bekwaam man vinden die uitmuntte door stiptheid en accurate dienst met waakzame trouw voor het diep religieus gebeuren van de bedevaart. Hij was ook diep gelukkig in zijn taak nog zijn broer Antoine, zijn zus Godelieve en zijn zonen Etienne en Marc zeer nabij te weten.

            

1995

Voor het eerst naar Lourdes met de TGV!

Dat is het merkwaardig nieuws, dat onze secretaris Marc Lamoral heeft kunnen bewerken, gedurende het congres van de Directeurs van de bedevaarten op het eiland Jersey.

Het gaat wel om een speciaal TGV – stel, voor Vlaanderens Bedevaarten alleen. Het gaat uiteraard om de mei – en augustusbedevaart. We zouden vertrekken uit Tourcoing rond halftien s'morgens en in Lourdes aankomen rond 18 u. Een dagtrein van ongeveer negen uur. Ook de terugreis zou een dagtrein zijn. We blijven derhalve vijfmaal in Lourdes overnachten. Dat de prijs hoger ligt, nemen we erbij omwille van het grotere comfort.

       

 

 

 

 

 

 

Overlijden van Mgr. Desmedt, Bisschop van  Brugge                 

1996

Overlijden van Dhr. Antoine Lamoral.

We zijn God dankbaar voor het mooie leven in geloof en dienstbaarheid van de heer Antoine Lamoral.

Op woensdag 11 december 1996 overleed hij in Brugge in de leeftijd van 86 jaar. Als laatste van de tweede generatie van de familie Lamoral hielp hij op de achtergrond mee aan de uitbouw van Vlaanderens Bedevaarten.

We leerden “nonkel Antoine” vooral kennen als begeleider van de vliegtuigbedevaarders. Toen de eerste groep met een Sabenatoestel in 1958 opsteeg met bestemming Lourdes, was hij erbij. Deze verantwoordelijkheid nam hij op met liefde en bekwaamheid.

Problemen waren er om op te lossen. In Lourdes onderhield hij vlotte contacten met de hospitaliteit en met de brancardiers.

Hij volgde de evolutie van de bedevaarten en kon zich wonderwel aanpassen aan de opeenvolgende equipes van priesters en leken die een taak op zich namen.We bewaren in onze herinnering het beeld van een minzaam en vriendelijk man die in Hotel de la Chapelle trouw de wacht hield.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1997

Opening van ACCUEIL NOTRE-DAME, het nieuwe onthaalcentrum voor de zieken.

In het hart van het Heiligdom werd op zaterdag 20 september 1997 het nieuwe onthaalcentrum “Accueil Notre – Dame” ingezegend. Het oude gebouw dateerde van het einde van de jaren 60.

Na het bedevaartseizoen van 1996 werd dit gebouw afgebroken, en in recordtempo werd dag en nacht gewerkt. Dit nieuwe centrum beschikt over 904 bedden en is heel comfortabel uitgerust. Tijdens de augustusbedevaart waren onze zieken er reeds te gast.

Overlijden van Deken Gyselen.

 

Op zondag 13 april 1997 overleed op 82-jarige leeftijd ere-deken Stefaan Gyselen. In de bijna honderdjarige geschiedenis van Vlaanderens Bedevaarten was Hij directeur van 1965 tot 1995.

 

 

 

 

 

 

1998

Jubileumjaar: Vlaanderens Bedevaarten bestaat 100 jaar!

Zondag 15 februari TV-mis vanuit de O.L.Vrouwkerk in Kortrijk, de parochie waar alles, 100 jaar geleden, begonnen is...

 

 

 

 

 

 

Voor de muzikale omlijsting zorgde het 120- koppige Sint-Maartensjeugdkoor uit Ieper.

Na de TV-mis bood het Kortrijkse stadsbestuur een receptie aan, met toespraken van schepen Decabooter, Marc Lamoral en Hospitaliteitsvoorzitter Raf De Keyser. Een bloemetje voor Mevrouw Frans Lamoral rondde de plechtigheid af.

 

 

Als één van de hoogtepunten werden de “Vespero della Beata Vergine” van Claudio Monteverdi opgevoerd in de kathedraal van Ieper op zaterdag 16 mei.

Het kon niet anders of ook de SNCF zou haar uiterste best doen om het feestjaar te doen slagen. Tijdens de lange onderhandelingen kon Marc Lamoral bekomen dat er twee aan elkaar gekoppelde TGV-stellen vanuit het station van Kortrijk rechtstreeks naar Lourdes vertrokken.

Vertrokken om 8.30 u. zongen we om 16.33 u; “te Lourdes op de bergen...”

Tijdens dit bedevaartseizoen waren drie ééndaagse vluchten gepland. Op Paasmaandag 13 april en woensdag 7 oktober vanuit Oostende. Op Maandag 1 juni voor het eerst vanuit de luchthaven van Wevelgem.

Dit vergde heel wat overtuigingskracht om Sobelair zo ver te  krijgen. De bedevaarders uit het zuiden van West-Vlaanderen waren opgetogen en de Wevelgemse buurbewoners verbaasd toen de vleugels van de Boeing  rakelings hun tuinhuisjes passeerden.

De vlag van Vlaanderens Bedevaarten wees de weg naar de zendingsplechtigheid die plaats vond op het tussenterras van het versterkt kasteel. Voor dit traktaat had de stad Lourdes gezorgd.

 

Om het jubileumjaar verder te doen leven werden 15 nieuwe stola's ontworpen. Op de linkerzijde staat O.L.Vrouw van Groeninghe afgebeeld en rechts Sint-Donatianus, de patroon van het bisdom Brugge.

Ieder jaar richt de Franse “Association Nationale des Directeurs Diocésains de Pèlerinages” een congres in. Dit jaar, omwille van honderd jaar Vlaanderens Bedevaarten, in Brugge. Alle bedevaartorganisaties uit de verschillende Europese landen zijn daarbij aangesloten. Van maandag 23 tot donderdag 26 november  bliezen 314 priesters en leken verzameling in het congrescentrum “Oud Sint- Jan”.Mgr. E. Laridon hield er een opgemerkt referaat over “La petite Espérance” en een hele ploeg brancardiers uit het Brugse hielp bij de praktische organisatie.

Het jubileumjaar was een jaar “anders dan anders” Daarvoor zorgde het feestkomitee bestaande uit: Marc lamoral, Lieve Verniest en Jaak Houwen, zittend en Mireille Gevaert, Ignace De Baene en Patrick Degrieck.

1999

Overlijden van Mgr. Laridon, voorzitter van onze bedevaart sinds oktober 1982.

  

2000

Jubileumjaar: ons aanbod wordt uitgebreid met een zevendaagse bedevaart naar Rome en een negendaagse bedevaart naar het H. Land.

We verwelkomen onze nieuwe voorztter Vicaris Herman Vandecasteele.

2002

We nemen afscheid van  John Vanroye, jarenlang een toegewijd en gewaardeerd brancardier. Samen met zijn vrienden uit Zwevegem hielp hij als een Simon van Cyrene het kruis van anderen dragen.

We nemen ook afscheid van Thierry Merchie. Hij was één van de meest bekende én geliefde jongeren van KiJoLo. Uiterst vriendelijk, aanhankelijk en aangenaam in de omgang, reisde hij vele jaren naar Lourdes.

Bisdomdag in de Xpo hallen in Kortrijk

Vlaanderens Bedevaarten was aanwezig op de bisdomdag in de Xpo hallen in Kortrijk. Vele bedevaarders kwamen een kijkje nemen. Ook de Apostolische nuntius in België, Mgr. Luigi Celata kwam op bezoek en liet zich over onze bedevaarten informeren

2003

We gedenken dankbaar de heer Robert Geers, jarenlang hoofdbrancardier en boegbeeld van de julibedevaart. We herinneren hem als een zeer toegewijd man voor de zieken en een trouw lid van de Hospitaliteit. Waakzaam en minzaam gaf hij leiding. Hij kon goed overweg met de verpleegkundigen, brancardiers en hepsters. Dankbaar en gevoelig als hij was, achtte hij de vriendschap hoog. Al deed hij graag, als de dag erop zat , met zijn medewerkers een terrasje, nooit ging hij slapen zonder Maria in de Grot nog even te groeten.

Dankbaar gedenken we ook de heer Titus Verleye, die overleed na een ongelukkige val bij het snoeien van een boom. Hij zorgde sinds 1966 voor de vormgeving van ons tijdschrift. Eerst stond hij in voor de opmaak van het klein zwart-wit formaat en later ontwierp hij ons blad in kleur. Ook de affiches waren van zijn hand. Titus was een echt kunstenaar die ons perfect aanvoelde. Hij las aandachtig ieder artikel, documenteerde zich en vond telkens de gepaste illustratie.. Hij stak daar enorm veel tijd in en de geboorte van een nieuw nummer beleefde hij als een vader. Door de jaren heen werd Titus een vriend!

2006

Overlijden van E.H. Jaak Houwen, directeur van Vlaanderens Bedevaarten.

2008

Lourdes...150 jaar na de verschijningen.

2009

Jubeljaar: 175 jaar Bisdom Brugge

2010

Lourdesbedevaart van 17 – 22 mei overschaduwd door een pijnlijk verlies...

Wat niemand voor mogelijk achtte, stortte zich dramatisch op onze bedevaart...

Iemand uit de kring van onze trouwe en enthousiaste brancardiers, Germain Vanwynsberghe, kwam tijdens een onvoorstelbaar accident om het leven, in het station van Lourdes.

Hij was meegekomen om mensen letterlijk en figuurlijk te dragen, in sterke armen van volle gegevenheid en inzet.

Het noodlot keerde de werkelijkheid : hij stierf in de armen van een vriend...

Al onze bedevaarders deelden hun verslagenheid..., die uitzwermd over gans Lourdes. Alle bedevaarders leefden met ons mee, en droegen de pijn mee in hun gebed.

We delen onze onmacht en onze pijn, met het grote verlies van Jacqueline, zijn echtgenote, met zijn kinderen en kleinkinderen. Met zijn vele vrienden...

Om hulde te brengen aan de onmeetbare inzet van Germain, aan zijn vriendschap en zijn goedheid, hebben zijn vrienden-brancardiers en de hele ziekendienst, het beste van zichzelf gegeven, om deze – zó beproefde bedevaart – te laten slagen. Ter ere van Germain!

Hij blijft één van bij ons! Hij blijft “bij ons”!

Moge hij nu delen in het volle leven bij onze hemelse moeder en “rusten” in de warme armen van onze Vader in de hemel..

 We nemen afscheid van onze voorzitter Kanunnik Herman Vandecasteele.

In opvolging van Mgr. Laridon, bekleedde Kanunnik Herman Vandecasteele de voorzitterszetel van onze bedevaartsorganisatie. Niet om te “zetelen”, maar om de dynamiek aan te zwengelen van het diocesaan bedevaartsgebeuren.

Zijn duidelijke optiek bleef onmiskenbaar: bedevaarders naar Lourdes brengen! Hij wist als geen ander hoe Maria in Lourdes mensen diep raakt en bemoedigt op de levensweg die de hunne is.

Wij waardeerden bijzonder de veelvuldige aanwezigheden van onze voorzitter. Alles in zijn agenda moest wijken voor de bedevaarten. Wij ervaarden hem als herder en hoeder: iemand die bij de kudde bleef. Niet met grote woorden, maar met ondersteunende nabijheid bemoedigde hij de bedevaarders, de talrijke vrijwilligers en de mensen van de ziekendienst. Hij wees de weg, stuurde verkeerde wissels bij en ontwarde knopen. Gedrenkt en gedreven in bestuurszaken, wist hij besluitvaardig met alle aangelegenheden om te gaan.

Veertig jaar heeft kanunnik Vandecasteele, zich met hart en ziel ingezet voor de Kerk. Onder meer 10 jaar voor de bedevaarten van ons bisdom. Wij zijn hem onze meest gemeende dank verschuldigd. We wensen hem veel gezegende jaren toe. Mogen de zwanen, op de wateren van “ 't Stil Ende”, hem geluk toewuiven met hun sierlijke veren. En moge “ de Club” er ook wel varen, nu ze een fervente supporter wat meer zullen zien en horen...

Welkom aan Vicaris Kris Depoortere.

Onze dioesane bedevaartsorganisatie ontvangt met open armen haar nieuwe voorzitter: Vicaris Kris Depoortere. Wij trappelen van ongeduld, om onze opgestapelde verwachtingen, onder zijn leiding, te zien verwezelijken. Dit in een gedegen samenwerkingsverband, dat het dynamish élan van onze bedevaarten kenmerkt.

We verwelkomen van harte onze voorzitter, waarvan het lang geen geheim meer is, met welk groot “ caritas-hart” hij zich toewijdt aan zovele mensen, en aan de minsten, de “Bernadetjes” van deze tijd, het meest!

Wij hopen, beste vicaris Kris, dat gij spoedig zult wennen aan de weldadige smaak, die de vrijwillige en bezielde inzet van zovelen, aan onze bedevaartsgebeuren verlenen.

Beloven is riskant. Maar u kan alvast op onze goede wil rekenen, om dezelfde “vaart” van uw geëerde voorganger te behouden in onze vergaderingen en bedevaarten.

Wij zijn verheugd om u !

2012

Vlaanderens Bedevaarten neemt afscheid van Marc Lamoral (zie link op de homepagina van deze website)

Hij was 45 jaar secretaris en nog veel meer.. en geniet nu van een welverdiende rust.

De organisatie verhuist begin september naar het vernieuwd secretariaat in het Diocesaan Centrum “Groenhove” in Torhout.

2013

De gave treed dit jaar 2 x buiten haar oevers en veroorzaakt een enorme schade.

 

 

Vlaanderens Bedevaarten v.z.w. | Bosdreef 5 | 8820 Torhout | tel 050 74 56 47