Vlaanderens Bedevaarten Bisdom Brugge

Lourdes: adem voor uw ziel

Het Heiligdom van Lourdes

 

Het Heiligdom

In Lourdes gebruikt men al lang het enkelvoud (Heiligdom) én het meervoud (Heiligdommen) om de omgeving van het domein aan te duiden. De term Heiligdom slaat op een gebouw waarheen men op bedevaart gaat. In die zin is de kapel boven de Grot, de Basiliek van de Onbevlekte Ontvangenis, hét oorspronkelijke Heiligdom. Later heeft de veelheid van kerken geleid tot de "Heiligdommen", een verzamelwoord dat het geheel van het bedevaartsoord aanduidt, met de Grot als het hart ervan.

 

 

De organisatie van het Heiligdom

Het Heiligdom is een privé domein van 52 hectaren. Het bevat 22 cultusplaatsen. De verantwoordelijke is de bisschop van Tarbes, Mgr. Nicolas Brouwet, die een permanent vertegenwoordiger benoemt.

Er zijn op het Heiligdom een 30-tal 'chapelains' (= permanente priesters, broeders en zusters) om de pelgrims te begeleiden en de sacramenten van de Kerk toe te dienen. Er staan ook enkele vrouwelijke gemeenschappen in dienst van het Heiligdom.

Het Heiligdom heeft een 300-tal permanente en ongeveer 100 seizoensarbeiders, in 63 diensten (pastoraal, onthaal, administratie, veiligheid, techniek). Daarnaast zijn in de Hospitaliteit O.L.-Vrouw van Lourdes duizenden vrijwilligers actief.

Het grootste deel van de inkomsten komt uit offerandes, giften en nalatenschappen.

Het Heiligdom is dag en nacht open. De grote toegangspoorten zijn open tussen 5.30 u. en 24.00 u., maar elke dag van het jaar is een kleine toegangsweg juist achter de Bovenste Basiliek 24 uur op 24 uur open. Een slingerend pad leidt tot bij de Grot.

 

De ingangen

Wie vanuit de bovenstad de wegwijzers naar de "Grotte" volgt, komt aan bij een van de twee grote toegangspoorten: Saint-Michel en Saint-Joseph.

De Sint-Michaëlsingang is een momumentale toegangspoort die in 1906 werd gebouwd. Rechts staat de aartsengel Rafaël, de patroon van de reizigers. Links de aartsengel Gabriël, de brenger van de boodschap aan Maria. In het midden stond aanvankelijk de aartsengel Michaël, de bewaker van deuren en ingangen, maar die werd in 1956 naar het Saint-Michel-logement verplaatst.

Vanaf deze toegang strekt zich een groot plein uit. Tot aan het gekroonde beeld van Onze Lieve Vrouw is het 300 meter. De Bretoense Calvarie is 12 meter hoog. Het werd in 1900 ingehuldigd.

De Sint-Jozefsingang heeft ook een beeld met dezelfde naam, 2,5 meter hoog, met de vermelding "Men heeft mij hier als bewaker geplaatst". Van aan deze poort daalt men af tot aan het gekroonde beeld. In de schaduw van de bomen is het een aanhoudende stroom naar Rozenkransplein, waar men plots in het volle licht staat.

Tussen de Sint-Jozefsingang en het grote bedevaartsplein staat links het momumentale beeld "Salus Infirmorum". Het is een eerbetoon aan Maria, die "heil der zieken" wordt genoemd.

 

        

 

Het bedevaartsplein

 

De esplanade, het plein voor de Rozenkransbasiliek, is 130 meter lang en 85 meter breed. Het biedt plaats aan 40 000 mensen en sinds 1875 wordt het aanhoudend ingericht en mooier gemaakt. Rond het plein staan platanen. De hellende wegen zijn als open armen die de pelgrims verwelkomen.

Aan weerszijden van de laan staan tegenover elkaar de beelden van de H. Theresia van Lisieux en van Bernadette. Op de esplanade zelf verwelkomen beelden van vele heiligen de pelgrims.

De voorgevel van de Rozenkransbasiliek bevat prachtige mozaïektaferelen en vormt het decor voor grote plechtigheden.

 

Beeld van de Gekroonde Onze Lieve Vrouw

Dit beeld is een heel gekend herkenningspunt voor de miljoenen pelgrims van Lourdes. De rozenkrans die OLV in haar hand draagt, telt 6 tientjes. Ten tijde van de kroning van dit beeld (1876) was dit het normale aantal. Vroeger stond op deze plaats een tent voor de opvang van daklozen en armen. Nu kunnen mensen die het financieel moeilijk hebben in Cité Saint-Pierre terecht.

     

 

De Grot

Het is vooral bij de Grot dat het hart van Lourdes klopt. De rotsmassa is 27 meter hoog. De Grot zelfs is 3,80 meter hoog, 9,50 meter diep en 9,85 meter breed.

Deze grot bestaat uit 3 ongelijke openingen: de grootste is de plaats die werd ingericht voor de viering van de eucharistie. Bovenaan, iets naar rechts, bevindt zich de nis waarin Maria is verschenen.

Beeldhouwer Fabisch maakte een beeld. Men plaatste het in de nis waar Maria aan Bernadette verscheen. Bernadette vond het beeld echter 30 centimeter te groot, te oud, te zwaar en veel minder mooi dan Maria zelf. 'Het is mooi, maar ze is het niet… Oh nee, het verschil is zo groot als tussen hemel en aarde!'

Tussen 1858 en 1900 heeft men 2 keer de bedding van de rivier over een lengte van 350 meter en een breedte van ongeveer 28 meter achteruitgeschoven. Het kanaaltje (dat Bernadette had doorwaad) en het beekje "Merlasse" werden hogerop al afgeleid. Zo ontstond voor de Grot een plein dat plaats biedt aan duizenden pelgrims. In 2015 wordt de plein volledig heringericht.

     

 

De Bron

Links achter in de Grot bevindt zich een bron. Tijdens de 9de verschijning (25 februari 1858) heeft Bernadette op aanwijzing van Maria deze bron blootgelegd. Door de glazen plaat met verlichting is te zien hoe het water onafgebroken doorstroomt naar een reservoir. De samenstelling van dit water is als dat van elk ander bergwater en bevat geen geneeskrachtige stof. Via een buizensysteem wordt het water naar de kranen en baden geleid. Een vergaarbak van 450.000 liter, onder het noordelijk gedeelte van de Rozenkransbasiliek dient als reserve voor de dagen dat er veel pelgrims zijn. De kraantjes waar de pelgrims water kunnen drinken en waar ze water kunnen meenemen bevinden zich links voor de Grot. Op termijn worden deze kraantjes naar de overkant van de Gave verplaatst.

 

De baden

Vanaf het begin gingen mensen naar de Bron om zieke ledematen erin onder te dompelen. Op 1 maart 1858 dompelde Catharine Latapie haar verlamde arm in het water en werd genezen. Sindsdien wilden nog meer mensen zich "wassen" in het water van de Bron. Daarom werd er een kleine badgelegenheid gebouwd. Later werden er grote gemetselde bekkens gebouwd. Het tegenwoordige gebouw dateert van 1955. Tot op vandaag laten heel wat pelgrims laten zich in het bronwater onderdompelen, waarbij zij worden geholpen door verpleegsters en brancardiers. In het bedevaartseizoen is de wachttijd lang. Zieken krijgen er altijd voorrang.

 

Kaarsen

Zonder onderbreking zijn mensen sinds 18 februari 1858 miljoenen kaarsen komen branden bij de grot. Jaarlijks worden 700 ton kaarsen gebrand. Er zijn kaarsen in verschillende groottes waarbij de prijs staat vermeld. Het geld kan in de gleuf worden gedeponeerd. Extra grote kaarsen zijn te koop in het bureautje vlakbij de grote kaarsenbakken De opstijgende rook draagt ontelbare gebedsintenties en wensen met zich mee. De kaarsen blijven dag en nacht, zomer en winter branden. Lourdes houdt het licht brandend.

Vlaanderens Bedevaarten v.z.w. | Bosdreef 5 | 8820 Torhout | tel 050 74 56 47