Vlaanderens Bedevaarten Bisdom Brugge

Lourdes: adem voor uw ziel

Met Bernadette het Weesgegroet bidden (mei 2012)

Bisschop Jozef De Kesel
Lourdes 16 mei 2012

 

Het Weesgegroet bevat twee delen: het zégt iets tot Maria . en het vrààgt iets voor ons.

Het zegt iets over Maria.

De engel begroet Maria: ‘begenadigd ben je! De Heer is met u, Hij is naar U toegekomen’! Elisabeth groet Maria evenzo: ‘Wat ben je gezegend! En gezegend Degene die je draagt.

‘Gij zijt vol genade’. Wat is genade in het NT? ( let wel: enkelvoud! Geen sprake van genaden ). Het betekent:: ik sta ik  Zijn gratie. Ge moet niet bang zijn, de Heer is met u!

Wat wil dat zeggen: ‘De heer is met u’?

In de tempel van Jerusalem bevond zich geen enkel beeld. Enkel de Verbondsakte. ‘JHWH’ werd nooit uitgesproken. Wél: ‘de Heer’. Adonai. Dat is: Ik zal er zijn voor u! ( zoals de gehuwden beloven: ‘in goede en kwade dagen’ ). Er bestaat geen dieper woord dan dit in de Schrift: Ik zal er zijn voor u.

‘Alles wat men over Maria zegt, dat kan men ook zeggen over ons’, aldus de Kerkvaders.

Gezegend zijn wij, omdat we zo door God geliefd zijn. Gezegend de Kerk, al is ze zondig, omdat ze verkondigt Die ons liefheeft.

 

We vràgen ook (nadat we Maria lof toegesproken hebben).

‘Heilige Maria’.

In de Schrift is heilig, àl wat God toebehoort. Zoals de tempel, de mensen … Heilig beduidt hier niet de morele betekenis. Maar, dat we God toebehoren, helemaal zoals we zijn. Canon I verwoordt het als volgt: ‘Wij zijn van U met àl ons kwaad’. Net zoals gehuwden, die van hun partner houden, zoals zij/hij is. Zo is ook de Kerk heilig, omdat ze aan God toebehoort. Paulus noemt de Korintiërs ‘heilig’( I Kor, 1, 2 ). Heiligverklaringen bestonden nog niet. Maar omdat ze God toebehoren worden ze heiligen genoemd.

Maria is altijd de eerste heilige. Als we Eucharistie vieren, is dat altijd in gemeenschap met alle heiligen: die van vroeger en die van nu. Maar Maria is de eerste.

Heiligheid dus niet in de morele zin. Hiëronymus bijvoorbeeld is geen gemakkelijk mens geweest.

‘Moeder van God’ Maria is pas later Moeder van God genoemd ( Concilie van Efeze, 431 ). Moeder van de Zoon. En in die zin: Moeder van God.

 

‘Bid voor ons, zondaars’.

Sinds Vat II zijn de voorbeden ingelast in de liturgie: voor de Kerk, de grote wereld, de noden van de mensen. Mensen vragen soms ook aan ons om voor hen te bidden.

Augustinus vertelt in over zijn zieke moeder. Ik vraag niet dat je mij in Africa begraaft, maar wel dat je mijn naam noemt als je aan het altaar staat …

‘Bid voor ons’. We bidden niet tot Maria, maar we vragen Maria dat ze voor ons bidt tot God. We voegen eraan toe: bid voor ons, ‘zondaars’. Komen we daar weer met zelfbeschuldigingen? ‘Zondaars’  wordt hier niet eerst in de morele zin verstaan. Denk aan Petrus, bij de wonderbare visvangst ( Lc 5,8 vv). Hij had niets verkeerd gedaan! ‘mij storen soms de culpabiliseringen in sommige schuldbeden. ‘ Ik ben niet altijd vriendelijk geweest …’. Wie kan dat nu?’ ‘Zondaar’ beter te verstaan in de betekenis van: ‘ik verdien niet dat God mij zo gaarne ziet’.

Vergelijk de parabel van de Farizeeër  en de Tollenaar ( Lc 18, 10 vv ) De Farizeeër geeft 10 % van zijn inkomsten weg! Wie doet dat? Niemand! Bidden doet hij ook; De Tollenaar heeft niets te zeggen. Eén enkel gebed: ‘Heer, wees mij zondaar genadig’. Geen enkele pretentie. ‘Wie ben ik maar?!’ En die laatste ging gerechtvaardigd naar huis. Curieus nietwaar wie ‘heilig’ is …!

 

Nu en in het uur van onze dood.

Een kleine vergelijking met het Onze Vader. ‘Leid ons niet in bekoring’. Het ware het toppunt dat God dat zou doen! ‘Beproeving’ is een beter woord. De Schrift vermeldt het vaak, om te zien of ons hart wel bij God is. Vergelijk: de geest leidt Jezus naar de woestijn, om Hem op de proef te stellen ( Mtt 4,1 vv ). We vragen niet om niet beproefd te worden. Dat doet God niet. Dat kan niet. We vragen wel dat het leven ons niet boven onze krachten beproeft. Dat we het niet zouden opgeven, niet zouden afhaken. Nu.

Ook  in het Weesgegroet vragen we Maria voor ons, zondaars, te bidden. Voor ons, die ook maar mensen zijn… Zie hoe Petrus Jezus verloochende ‘Ik ken die mens niet ( Mtt 26, 72 ). Zelfs dàn is er nog toekomst voor de mens!

Beproeving zal er altijd zijn. Maar er is Iemand die voor ons ten beste zal spreken, zodat ik het nooit zal opgeven. Na het ‘laatste uur’ neemt God het over.

Maria, gij die door God zo gaarne gezien bent, bid voor ons.

 

Beknopte toelichting bij de mysteries van de Rozenkrans

Wat zijn mysteries? ‘mutèrion’ staat vaak in het enkelvoud. Na de consecratie belijden we: ‘Verkondigen wij het mysterie van het geloof ‘.

Er is maar één mysterie: dat God mij liefheeftDat gaat àl ons verstand teboven! Mensen stellen zich vragen bij wat gebeurt. ‘Hoe heeft hij dàt meisje gekregen’? ‘Omdat hij zo mooi is!’, bijvoorbeeld. Er is altijd een reden. Wij worden door God geliefd zonder enige verdienste. Wat heeft Hij in ons gezien? Daar is geen enkel antwoord op te vinden.

Dàt is wat de engel zegt tot Maria: ‘Gij hebt genade gevonden bij God. Ge staat in Zijn gratie’! Niet enkel met woorden. Maar het blijkt uit de daden: Hij heeft ons Zijn enige Zoon gegeven.

Ook Abraham geniet Gods genade. God schenkt hem een zoon. Hij wordt echter beproefd door Gods vraag om  zijn enige zoon te offeren ( Gen 22, 1-19 ). Dit geschiedde als bewijs dat Abrahams hart integer was.

Hét mysterie is: God heeft ons zo liefgehad dat Hij ons Zijn enige Zoon heeft gegeven! Alle andere mysteries zijn ontvouwing van het ene mysterie: dat God ons zo lief heeft. Dat Jezus voor mij gestorven is, dat gaat mij teboven?

De mysteries van het Licht zijn treffend, want ze belichten de Openbaring van Jezus zelf. Ze situeren zich tussen het begin ( de Blijde mysteries ) en het einde van Jezus’ optreden ( de Droevige ). Ze benadrukken dat wij begenadigd zijn, omdat God zich in Jezus geopenbaard heeft!

Het Weesgegroet leidt ons naar het hart van het Evangelie. Het mysterie overwegen terwijl ik het Weesgegroet bid? Dat kan niet! Het mysterie zit in de woorden van het Weesgegroet zelf: God is mét ons, dat blijkt uit  de genade die wij ontvingen door Zijn Zoon Jezus. Hij heeft voor ons de dood overwonnen. Als we Maria vragen voor ons te bidden, ‘nu en in het uur van onze dood’, is dat een bede om trouw te mogen zijn, en het nooit op te geven! Terwijl we het Weesgegroet bidden, overwegen we dit mysterie en bewaren het, zoals Maria, in ons hart.

Bernadette had geen enkele geloofskennis. Ze wist niets van de Catechismus. Ze had echter wél de schoonheid van Maria aanschouwd. Het enige wat ze doet is het Weesgegroet bidden. Het is het gebed van de ‘armen van geest’, de rijkdom van de eenvoud.

 

Jozef De Kesel

 

Vlaanderens Bedevaarten v.z.w. | Bosdreef 5 | 8820 Torhout | tel 050 74 56 47